Na een kleine tien uur sta je in het hartje van Oostenrijk middenin de sneeuw. Weg van het druilerige weer en de waterkou van Nederland. Waar, als het sneeuwt, alleen maar natte drap uit de lucht komt zetten, wat al snel verandert in slosh. Maar na een treinritje staan ik in de knisperende sneeuw. 

Idyllisch zoals dat klinkt, zo begon de reis helaas niet. Wat een gemakkelijke treinrit zou zijn begon met vertraging. Normaal gesproken zou ik de NS hier direct op aanspreken, maar helaas waren we al in Duitsland, dus heeft onze Nederlandse Spoorwegen daar niets mee van dienst. De ICE was in de fik geloven. Of zoiets, want we kregen geen verdere uitleg dan dat de trein niet dichter bij Keulen kon komen dan een buitenstadsstation. Abulance, brandweer, afzetlint, en treinverlating via een miniperronnetje. Eigenlijk een beetje de beginscène van een kapingsfilm. Ik miste alleen nog mannen met bivakmutsen en machinegeweren, dan was het plaatje compleet geweest.

Gelukkig hielp eigenwijsheid, buitenlands internet en toeristische onwetendheid ons onze weg vervolgen. Gewoon de eerste de beste ICE naar München instappen door op een app te kijken wanneer die vertrok en dan doen alsof je neus bloedt. Werkt altijd. Mag je ergens niet binnenlopen en je wordt erop aangesproken; schouderophalen en “geschokt” reageren. “Ik wist echt niet dat ik niet over het afzetlint mocht stappen om in de privévertrekken te komen.” Zolang je het een beetje oprecht brengt, kom je ermee weg. Alles met een vriendelijke lach op het gezicht.

Daarna verloopt alles voorspoedig. Trein, koffie, trein, broodje, trein, auto, appartement. Om ’s ochtends een uitkijk te hebben over witte bergen en gekleurde skiliften. Aangezien ik pas twee jaar op de latten sta, ben ik niet in het bezit van eigen ski’s, maar gelukkig zijn ze in het wintersportgebied voorbereidt op mijn gemis. Binnen een paar minuten heb ik namelijk perfect zittende schoenen en een paar kekke ski’s in de hand en zit ik in de lift naar boven. Twee jaar geleden kon ik nog geen berg afglijden, maar in mijn tweede skivakantie waan ik me een pro.

Totdat ik bovenop de berg mijn eerste bochtje maak en meteen onderuit ga. “Hoe ging dit ook alweer?” Het schiet door mijn hoofd dat ik het helemaal verleerd ben. Gelukkig gaat het vanaf dat punt beter. Niet zomaar naar beneden knallen, maar eerst nog even goed het hoofd erbij houden. Tada, het gaat weer lekker. Ik verdien een biertje, al zeg ik het zelf. De klok geeft namelijk twaalf uur aan en dat is de perfecte tijd voor een klein beetje moed. Een grote slok van mijn kleine biertje geeft me een grote glimlach.

Normaal gesproken kan ik carnavalsmuziek alleen tolereren tijdens het carnavalsseizoen, maar als ik de Duitse varianten hoor, waan ik me toch even in dezelfde sfeer. Gek verkleed in een skipak, bier und schnaps in de hand en lallen met de muziek om uiteindelijk in de polonaise de berg af te roetsjen. Alleen maar blijven glunderen. Dit een paar keer herhalen en de vakantie is alweer om. Vermoeid, maar voldaan val ik in slaap als ik terug rijdt naar Nederland met al hun slosh. De Duitse deuntjes nog nadreunend in mijn oren. Heerlijk, volgend jaar weer.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s