thumbVorige week ving ik flarden op van het Wereld Kampioenschap Atletiek in Londen. Schippers won goud, Bolt ging neer en Nederland scoorde dit jaar over de breedte bovengemiddeld. Atletiek is geinig om naar te kijken, maar vooral als achtergrondvulling. Net als bij het Nederlands elftal kijk ik intensief als het om een landgenoot gaat, maar wekt het mijn interesse net is meer dan verveling.  Daardoor stel ik vragen bij sommige onderdelen: Waarom is dit een segment binnen deze sport?

Hardlopen. Logisch, iedereen doet dit van jongs af aan. Sneller rennen dan je vriendjes is natuurlijk een euforisch moment uit je jeugd. Speerwerpen. Inderdaad, dit gaat naast discuswerpen en kogelstoten verder terug naar de Olympische geschiedenis. Het zo ver mogelijk gooien van spullen straalt kracht uit. Je laat zien dat je machtig bent. Hoog- en verspringen vallen langs hetzelfde principe als al het voorgaande. Handige vermogens om te kunnen overleven sinds de oertijd. Wie verder of hoger kon gaan, wist uit de handen of kaken te blijven van de achtervolger. Dit zijn allemaal onderdelen die ik totaal geschikt vind om in uit te blinken.

Maar dan komen er onderdelen waar ik minder van begrijp. Hordelopen. Eigenlijk hardlopen met onhandige obstakels tussendoor. Die je blijkbaar gewoon omver mag lopen. Waarom zet je ze er dan tussen? Kogelslingeren. Iemand die tussen de regels door las bij het kogelstoten en besloot aan de kogel een touw vast te knopen om ze verder te kunnen gooien dan de tegenstanders. Waardoor ze uiteindelijk er maar een los onderdeel van moesten maken, omdat alle “normale” kogelstoters niet dezelfde afstand behaalden als de slingeraars. En polsstokhoogspringen is eigenlijk fierljeppen zonder het beekje en de Friese taal. Deze onderdelen kunnen ermee door, maar ze beginnen al een beetje op opvulling te lijken.

Slechts twee onderdelen van het WK Atletiek bekijk ik met verbazing. De steeplechase en hink-stap-sprong. De eerste is eigenlijk hardlopen, waar iemand voor de lol een balk en een bak water neer heeft gesmeten op het parcours. “Spring er maar overheen en dan land je in water. Kijk maar of je nog net zo hard loopt met natte schoenen en sokken.” Het is hordelopen, maar dan nog kutter en sporadischer. In plaats van elke zoveel meter een nieuw hekje overspringen, moet je per vierhonderd meter je nieuwe sportschoenen onderdompelen om daarna met een strak gezicht verder te lopen. Ik zou na de eerste sprong al het voltallige publiek uitschelden, mijn schoenen uittrekken en m’n sokken over de verwarming hangen.

Het onderdeel dat letterlijk in de titel beschrijft wat je moet doen, vind ik de meest frappante sport ooit. In plaats van verspringen neem je een extra paar pasjes om uiteindelijk in dezelfde zandbak te landen. Alleen tellen de pasjes ook mee voor de totale lengte die je hebt “gesprongen”. Ik begrijp het niet. Het is Ministry of Silly Walks dat eindigt in een zandhoop. Je springt niet echt, loopt nog een heel stuk en het ziet er ook nog eens niet normaal uit.

Uiteindelijk kan ik makkelijk van achter mijn laptop lopen gallen op deze atleten, maar ik moet toegeven dat ze allemaal een uitzonderlijke prestatie neerzetten. Ik doe het ze in ieder geval niet na. Daar ben ik veel te lui voor. Maar de volgende keer dat ik met mijn nieuwe sneaker in een plas stap, denk ik aan die groep mensen die er voor trainen om daar heel erg goed in te worden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s